Sensoren laten grote individuele verschillen tussen koeien zien

Nieuws

Sensoren laten grote verschillen in graasgedrag zien

Gepubliceerd op
16 oktober 2017

De variatie van het graasgedrag tussen dieren binnen een groep blijkt groot. Variatie in graasgedrag lijkt groter dan het verschil tussen de beweidingssystemen. Opvallend is dat individuele dieren vaak systematisch hetzelfde gedrag vertonen. Dat wordt binnen de 'bouwsteen Gedrag' van het project 'Amazing Grazing' verder onderzocht.

Zoals in een eerder nieuwsbericht over het meten van koegedrag gemeld, maken we in de beweidingsproeven van Amazing Grazing gebruik van sensoren waarmee we 24 uur per dag, 7 dagen per week het gedrag van individuele koeien tijdens weidegang (en tijdens periodes op stal) nauwkeurig kunnen monitoren. We zien grote verschillen tussen koeien.

Allereerst blijkt uit het experiment op Dairy Campus dat koeien aanzienlijk verschillen in de hoeveelheid tijd per dag die ze besteden aan grazen.

Figuur 1a
Figuur 1a
Figuur 1b
Figuur 1b

In figuren hiernaast wordt elke koe weergegeven door een verticaal balkje; de hoogte van elk balkje geeft het aantal minuten weer dat het dier graasgedrag heeft laten zien tijdens de weidegang. De koeien zijn gerangschikt van laag naar hoog voor wat betreft het aantal minuten. Deze rangschikking is gemaakt binnen beweidingssysteem. De groene balkjes geven de koeien in een standweidesysteem weer, de rode balkjes de koeien in een stripgraassysteem. In figuur 1a staat gegevens waargenomen op 1 juni, in figuur 1b staan gegevens waargenomen op 1 september. Op zowel 1 juni als op 1 september was het totaal aantal uren weidegang 8 uur.

Variatie in graasgedrag

Het lijkt er op dat de variatie tussen koeien even groot is binnen elk beweidingssysteem. Verder blijkt dat in september ten opzichte van juni het aantal minuten dat koeien grazen afneemt. Echter, de variatie tussen koeien is nog steeds aanzienlijk. De correlatieberekeningen laten zien dat koeien die in juni relatief veel grazen dat ook in september doen. De drang tot grazen lijkt dus mede door eigenschappen van de individuele koe bepaald te worden.
Opvallend is dat de koeien niet alleen verschillen in het aantal minuten grazen per dag, maar ook in de mate waarin dieren over de tijd hun graasgedrag variƫren. Er zijn koeien die van dag tot dag vrij grote verschillen in bestede tijd aan graasgedrag laten zien, terwijl er koeien zijn die elke dag een min of meer evenveel tijd aan grazen besteden.

Voorbeeld graasgedrag koe A
Voorbeeld graasgedrag koe A
Voorbeeld graasgedrag koe B
Voorbeeld graasgedrag koe B

Voorbeeld koeien

Een voorbeeld van een koe van het eerste type (Koe A), met veel variatie tussen dagen, staat in figuur 2a: elk balkje is nu het aantal minuten besteed aan grazen per dag in de periode van van 1 juli tot 31 augustus. De dagen zijn gerangschikt van laag naar hoog. Een voorbeeld van een koe van het tweede type (Koe B) staat in figuur 2b. Beide koeien graasden in hetzelfde beweidingssysteem, namelijk roterend standweiden.
Wat precies de betekenis is van dergelijke verschillen in graasgedrag tussen koeien voor bijvoorbeeld productie of andere kenmerken proberen we de komende tijd zo goed mogelijk uit te zoeken. Wellicht dat hier nieuwe aanknopingspunten voor management en fokkerij uitkomen.